Dutch language English language

Voorproefjes - "Macht maakt een man aantrekkelijk" - Interview met Frans de Waal (nr. 11/2004)

 

Machtsspelletjes, pikordes, coalities, manipulaties: in niets van dat alles onderscheiden wij ons van onze naaste verwanten, de chimpansees. Uiteindelijk zijn wij allen uit op macht. En macht draait uiteindelijk om seks, meent primatoloog Frans de Waal. Door zijn jarenlange onderzoek aan apen is hij ook zijn medemens met andere ogen gaan bekijken. “Ik vind lichaamstaal veel interessanter dan woorden.”

Prof dr Frans B.M. de Waal (1948) studeerde biologie in Nijmegenen Groningen. Hij promoveerde in Utrechtop makaken. Nu is hij in Atlanta (VS) hoogleraar aan de psychologiefaculteit van Emory University en directeur van Living Links, de gedrags- en evolutieafdeling van het Yerkes Primate Research Center. Naast wetenschappelijke artikelen schreef hij boeken voor een breed publiek, waaronder Chimpanseepolitiek (1982), Bonobo (1997) en Mijn familiealbum (2004). Hij is onlangs toegelaten tot de NationalAcademyof Sciences.

door Nienke Beintema

“Je kunt keer op keer uitleggen hoeveel we gemeen hebben met bijvoorbeeld een bonobo, maar pas als we een mensaap in de ogen kunnen kijken, hetzij in het echt, hetzij op een foto, dringt de gelijkenis volledig tot ons door”, schrijft prof dr Frans de Waal in zijn recent verschenen fotoboek Mijn Familiealbum. De Waal is directeur van Living Links, een centrum waar men de evolutie van menselijk gedrag bestudeert aan de hand van primatenonderzoek. Living Links maakt onderdeel uit van het vermaarde YerkesPrimateResearchCenterin Atlanta, VS. Daarnaast is De Waal hoogleraar aan de psychologiefaculteit van EmoryUniversity.

Al meer dan drie decennia lang bestudeert hij machtsverhoudingen binnen groepen apen. Zijn eerste belangrijke ontdekkingen deed hij bij de chimpanseekolonie van Burgers Dierenpark in Arnhem. Daar leven de apen op een eiland waar de natuurlijke leefsituatie zoveel mogelijk is nagebootst. De Waal kon de sociale strategieën van de chimpansees vanaf een observatieplatform jarenlang tot in detail volgen en ontdekte patronen die niemand ooit voor mogelijk had gehouden. “Tijdens het eerste jaar viel het me op dat chimpansees na agressief gedrag interessante dingen deden, zoals elkaar kussen en omarmen”, vertelt hij. “Ik begon dat verzoening te noemen. In die tijd was daar veel weerstand tegen, want het woord verzoening had zo’n menselijke klank. Ethologen hielden niet van dat soort terminologie.”

De Waal zag er echter geen kwaad in. Integendeel, hij wilde juist benadrukken dat apen en mensen onderling meer overeenkomsten vertonen dan verschillen. Die opvatting bestaat weliswaar al sinds Darwin, maar toch zijn er volgens De Waal veel mensen die, als het puntje bij paaltje komt, mensen niet als dieren beschouwen. Daarvoor is namelijk zelfkennis en -relativering nodig, en ook een portie lef.  

En lef heeft De Waal wat dat betreft als geen ander. Als wetenschapper gaat hij het liefst onconventioneel te werk. Omecht te begrijpen wat er in een apenkolonie gebeurt, let hij bijvoorbeeld juist op sociale interacties die niet in standaard-ethologieboeken worden beschreven. “De ethologische gegevens die we in de computer invoeren, zeggen niets anders dan: wie vlooit wie? Wie ruziet met wie? Wie ondersteunt wie bij gevechten? Op die manier mis je de anekdotes. Ik maak daarom altijd parallelle notities waarin ik op een persoonlijke manier beschrijf wat ik zie. Boeken zoals Mijn Familiealbum en Chimpanseepolitiek had ik met alleen ethologische gegevens en statistieken nooit kunnen maken.”

Daarin schuilt wel degelijk het gevaar van een te menselijke interpretatie. In zijn boek Bonobo: de vergeten mensaap, dat hij samen met natuurfotograaf Frans Lanting maakte, erkent De Waal dat. Mensen zijn niet in staat onbevooroordeeld naar de natuur te kijken, zo schrijft hij. Toch doet interpreteren geen afbreuk aan de wetenschappelijke waarde van een onderzoek, meent hij. “Je hebt bijvoorbeeld 200.000 gedragswaarnemingen in de computer, die je objectief kunt analyseren. Die gegevens zeggen niet dat iets verzoeningsgedrag is. Er bestaat wel een definitie van agressie en een definitie van een omarming. Als je vervolgens ziet dat er agressie optreedt tussen twee individuen en dat diezelfde individuen elkaar naderhand omarmen, dan is de interpretatie dat er verzoening plaatsvindt. Er zijn allerlei redenen, ook experimentele redenen, om aan te nemen dat dat klopt.” De anekdotische kant – in feite de antropomorfe kant –  beschouwt De Waal als een afzonderlijke, maar even waardevolle vorm van informatie. “Het is juist die informatie waarmee ik het gedrag van chimpansees aan mensen kan uitleggen. Dat gaat niet met tabellen en grafieken.”

Nixon en Kennedy

In Arnhem kwam De Waal erachter dat de gemiddelde leek weinig van apen weet. “Mensen denken vaak dat apen enkel grappig zijn. Dat is een manier van tegen ze aankijken die ik niet begrijp. Apen kunnen zeker grappig zijn, maar op een heel andere manier dan mensen denken.” De Waal vermoedt dat apen ons zenuwachtig maken, omdat ze ons aan onze eigen dierlijkheid doen denken. “Volwassenen gaan hard roepen en zichzelf onder de armen krabben. Kinderen doen dat helemaal niet. We hebben dat zelfs een keer onderzocht: ik heb studenten tussen het publiek gezet om te kijken hoe mensen reageerden op verschillende situaties. Nu blijkt bijvoorbeeld dat kinderen heel serieus reageren op een ruzie tussen de chimpansees, terwijl de volwassenen staan te lachen en allerlei opmerkingen maken die niets te maken hebben met wat er echt gaande is, zoals: o, ze zijn aan het spelen.” Volwassenen proberen een afstand te scheppen tussen zichzelf en de dieren en missen daardoor allerlei interessante dingen. Kinderen van een jaar of acht, negen begrijpen daarentegen direct wat speels gedrag is en wat agressief. “Tegelijkertijd zijn het de volwassenen die zeggen dat ze er uren naar kunnen kijken. Maar ze blijven gemiddeld niet langer dan een minuut.”

Zo onbevangen als kleine kinderen kan de primatoloog inmiddels niet meer naar apen kijken. Toch observeert hij op een andere manier dan de meeste volwassenen. “Ten eerste neem ik apen voor honderd procent serieus. Verder zie ik snel dingen die anderen niet zien, omdat ik getraind ben in het observeren. Als je bijvoorbeeld twintig apen voor je hebt en er breekt een ruzie uit, dan gebeurt er ontzettend veel in een heel korte tijd. Het is een beetje alsof je naar een voetbalwedstrijd aan het kijken bent. Iemand die nog nooit eerder een voetbalwedstrijd heeft gezien, ziet hooguit de bal en een stel rondrennende kerels. Een echte voetbalfanaat ziet alles wat er gebeurt. Als ik naar apen kijk, zie ik waarschijnlijk tien tot twintig keer zoveel als de gemiddelde mens.”

Kijkt hij ook op die manier naar groepen mensen? “Als ik met mijn vrouw naar een restaurant ga, dan ga ik meestal op een plek zitten waarvandaan ik het hele restaurant kan overzien. Ik hou ervan om alles bij te houden: wie er ruzie heeft met wie, wat er dan gebeurt en hoe de mensen vervolgens weglopen.” Hij ziet dan precies dezelfde patronen die apen vertonen. Emoties als liefde, haat en frustratie zijn heel basaal en komen direct tot uiting in non-verbale communicatie. “Die vind ik veel interessanter dan taal”, zegt De Waal. “Je hebt helemaal geen taal nodig. Als je bijvoorbeeld naar een politiek debat kijkt, dan kun je beter het geluid uitzetten. Dan zie je het beste wat er gaande is.” Als voorbeeld noemt hij het beroemde debat tussen Kennedy en Nixon. De mensen die het debat op de radio hadden gehoord, dachten dat Nixon had gewonnen, terwijl de mensen die naar de televisieuitzending hadden gekeken, meenden dat Kennedy de winnaar was. “En Kennedy had ook gewonnen. Dat toont aan dat je niet puur op verbale basis kunt beoordelen wat er tussen mensen gaande is.”

Ook bij chimpansees spreekt lichaamstaal boekdelen. Yeroen, de oude leider van de Arnhemse chimpanseekolonie, verloor na jarenlange hegemonie zijn positie aan een jongere rivaal. “Ik heb gezien wat dat voor hem betekende”, vertelt De Waal. “Hij was een imposante, machtige chimpansee, die zijn positie niet zonder slag of stoot opgaf. Het heeft drie maanden geduurd voor hij eindelijk toegaf, terwijl hij toch voortdurend verloor. Op dat moment was het alsof bij hem alle lichten uitgingen.” Yeroen at niet meer en bleef depressief in een hoekje zitten. Vele jaren later zag De Waal precies dezelfde houding bij een professor die gewend was aan veel invloed, maar wiens voorstel plotseling door de faculteit werd weggestemd. Wekenlang was deze professor teneergeslagen en niet veel later ging hij met pensioen. “Als je hem ernaar gevraagd had, zou hij hebben gezegd dat het wel meeviel”, denkt De Waal. “Maar lichaamstaal is veel eerlijker dan gewone taal.”

Collectieve leugen

De Waal veroorzaakte in 1982 veel ophef met zijn boek Chimpanseepolitiek – Macht en seks bij mensapen. Hierin beschrijft hij de ingewikkelde sociale processen in de Arnhemse kolonie aan de hand van thema’s als coalitievorming en machtsovername. In feite, zo betoogt hij, zijn chimpanseemannen voortdurend bezig politiek te bedrijven en zijn ze uiteindelijk allemaal uit op macht. “Bij menselijke politiek ligt dat niet veel anders”, zegt hij, “maar dat zeggen de politici natuurlijk nooit. Chimpanseemannen zijn wat dat betreft veel eerlijker. De gemiddelde politicus verschijnt op televisie en zegt dat hij het land wil helpen, maar de chimpansee zegt gewoon: ik wil de baas zijn.”

Nog altijd houden mensen in stand wat we de collectieve leugen noemen: dat macht ons niet interesseert. De Waal, bioloog in een psychologiedepartement, ziet de collectieve leugen terugkeren in lesboeken over bijvoorbeeld sociale psychologie en kinderpsychologie. “Ik kijk altijd meteen wat erin staat over dominantie en macht, maar die termen komen bijna nooit voor. Als ze al worden genoemd, is het meestal in de context van machtsmisbruik. Sociaal-psychologen doen net alsof wij niet net als kippen een rangorde hebben.”

Menselijke communicatie, zo zegt De Waal, is echter doordrenkt van signalen die de machtsverhoudingen weergeven. “Onderzoekers hebben het stemgeluid geanalyseerd van de Amerikaanse presentator Larry King. Die interviewt in zijn show iedere week een andere gast. Als de gast een hogere status heeft dan hijzelf, dan past hij onbewust de frequenties van zijn stemgeluid aan aan het stempatroon van zijn gast.” Het verschil is niet hoorbaar, maar wel zichtbaar op een sonogram. Als hij een lager geplaatste persoon interviewt, past die zijn frequenties aan aan die van Larry King. “Naderhand is dat ook experimenteel bevestigd: de onbewuste ondertonen van onze stem zijn een soort indicator van onze positie ten opzichte van onze gesprekspartner”, legt De Waal uit.

Dominantiepatronen zijn bij mensen al op heel jonge leeftijd aanwezig. Amerikaanse wetenschappers ontdekten zelfs rangordes bij peuters. “Studenten reageren vaak geschokt als ze zien dat een tweejarig ventje een ander kind volledig domineert. We hebben allemaal het egalitaire ideaal, maar ondertussen zijn er overal waar je kijkt hiërarchieën.” Die hoeven overigens niet te conflicteren met een moderne democratie: “Wat een democratie doet, is dingen onder controle houden door middel van een hiërarchie: jij mag de baas zijn, maar dan moet je wel dit of dat doen want anders gooien we je eruit. In feite erkennen we in onze democratie dat hiërarchieën bestaan, maar tegelijkertijd hebben we er een soort rem op gezet.”

Gescheiden hiërarchieën

Machtsstreven draait in eerste instantie om seks, meent De Waal. “Tenminste, bij mannen. Vrouwen zijn meer geïnteresseerd in voedsel. Een man eet desnoods dagenlang niet als hij een vruchtbaar vrouwtje op het oog heeft.” Mannetjes in hogere posities, zo schrijft De Waal in Chimpanseepolitiek, hebben meer toegang tot vrouwtjes en krijgen dus meer nakomelingen. Voor vrouwen ligt dat anders; die kunnen hun nakomelingschap niet vergroten door vaker te paren, maar alleen door goed voor hun jongen te zorgen. Macht in de vrouwelijke hiërarchie draait daarom voornamelijk om voedsel. Meer mannelijke aandacht zullen ze er niet door krijgen.

“Het is dus niet verwonderlijk dat je in de menselijke politiek meer mannen dan vrouwen tegenkomt”, merkt De Waal op. “Een Franse vrouwelijke politicus heeft ooit gezegd: ‘Macht is net als gebak - ik wil het best maar ik weet dat het niet goed voor me is.’ Macht maakt een vrouw niet aantrekkelijk. Machtige mannen hebben daarentegen succes bij het andere geslacht.” Hij denkt dat machtsstreven bij vrouwen meer een praktische invalshoek heeft: macht is alleen belangrijk als je er iets mee kunt doen. Voor hen gaat het om de instrumentele waarde.

“Het is natuurlijk niet zo dat mannen in de politiek steeds aan seks denken. Het verband tussen macht en seks speelt bij ons heel onbewust. Maar Henry Kissinger zei al: ‘Macht is een lustopwekker.’ En dat is ook zo. Mannen voelen zich sexier als ze macht hebben.”

 

Informatie

www.emory.edu/LIVING_LINKS

Mijn Familiealbum, Uitgeverij Contact, Amsterdam, 2004, ISBN 9025419453, € 19,95


< Terug naar de voorproefjes
Copyright © 2010 - Alle rechten voorbehouden - Webdesign Laurens Mast Freelance Webdesign