Dutch language English language

Voorproefjes - Orkaparadijs verstoord (nr. 7/2007)

 

Zo’n twintig jaar lang vulde de Noorse Tysfjord zich elk jaar in oktober met honderden orka’s. Toeristen en wetenschappers stroomden toe om dit spektakel te zien. In 2006 lieten de orka’s het echter plotseling afweten. Niemand weet precies waarom.

Nienke Beintema

Het is begin december en de zon komt niet meer boven de horizon. Toch is het niet constant donker. ’s Nachts is de hemel groen verlicht met kolkende flarden noorderlicht. Rond het middaguur baden de besneeuwde bergtoppen in een gouden licht als tijdens een urenlange zonsondergang.

We zeilen in de honderd jaar oude schoener Noorderlicht in de fjorden van de Lofoten, de eilandengroep boven de poolcirkel in Noord-Noorwegen. Het weer is onstuimig: nu eens hangen we, met volle zeilen en krakende masten, vervaarlijk schuin in schuimende zwarte golven; dan weer is de zee spiegelglad. Het landschap heeft de typische verstilde schoonheid van de poolstreken. Verscholen in rotsige inhammen liggen kleine, pittoreske vissersplaatsjes met kleurige houten huisjes op palen. De bewoners bereiden zich voor op een maand van totale duisternis.

Eeuwenoude cyclus

Aan boord van de Noorderlicht heerst een sfeer van verwachting. Dik ingepakt staan de gasten aan de railing met hun verrekijkers en camera’s in de aanslag. Gespannen turen ze de horizon af, hopend op de doelsoort van deze reis: orka’s. Geduld moeten ze daarbij wel hebben, zo blijkt. De dagen glijden voorbij zonder dat er ook maar één rugvin te zien is. Ook in de voorgaande weken was de oogst zeer matig. Hooguit eens per week lieten de dieren zich zien, en dan alleen vluchtig op doorreis.

De Noord-Noorse fjorden waren de laatste jaren een waar orkaparadijs. Jaarlijks trokken enkele honderden orka’s massaal de fjorden in om te jagen op overwinterende scholen haring. “De Noord-Noorse orka’s zijn daarin uniek,” vertelt Heike Vester, een Duitse orka-onderzoekster die hier permanent is neergestreken. “Orka’s hebben de reputatie dat ze zeehonden en andere walvissen doden, maar er zijn wereldwijd maar een paar orkagroepen die dat doen. De meeste orka’s zijn viseters. De Noorse populatie heeft zich bijvoorbeeld gespecialiseerd in het vangen van haring.”

De haring in de Noorse Zee volgt jaarlijks een vaste trekroute, op de voet gevolgd door circa zevenhonderd orka’s. ’s Zomers leeft de haring op volle zee voor de Noorse kust. In het najaar zoeken de scholen de beschutting van de fjorden op, waar ze de hele winter blijven. In het voorjaar trekken ze naar het zuiden, om langs de kust ter hoogte van Bergen te paaien. Ten slotte trekt de haring weer terug naar de open zee.

Deze cyclus voltrekt zich waarschijnlijk al duizenden jaren, sinds het eind van de laatste ijstijd. Ook de orka’s laten zich al sinds mensenheugenis bij de Lofoten zien. De aantallen waren echter bescheiden. Tot zo’n twintig jaar geleden: toen waren het er opeens honderden. Vester heeft hiervoor een interessante verklaring. “In de vorige eeuw is de haring sterk overbevist,” vertelt ze. “Van de circa vijftien miljoen ton was er eind jaren tachtig minder dan 50.000 ton over. Die restpopulatie overwinterde in zijn geheel in één enkele fjord: de Tysfjord. De orka’s waren dus op deze ene fjord aangewezen, en je kwam ze daar in grote concentraties tegen. Je kon urenlang ronddobberen temidden van de jagende orka’s. Heel spectaculair.”

Waarom dit schouwspel binnen enkele jaren ontstond, en niet geleidelijk, weet niemand. Misschien speelden naast de afnemende haringstand ook veranderende zeestromen, temperatuurschommelingen of andere factoren een rol. In elk geval was het sindsdien ieder jaar troef. Jaar na jaar zwommen de orka’s massaal de Tysfjord in. Doordat de haringvangst inmiddels was ingeperkt, nam de haringpopulatie echter heel geleidelijk weer toe, maar de Tysfjord was nog steeds het epicentrum. Het fenomeen kreeg internationaal steeds meer bekendheid en toeristen en wetenschappers uit de hele wereld stroomden toe om de orka’s in grote groepen te zien jagen en spelen.

“Onderzoekers hebben zich altijd gerealiseerd dat het van de ene op de andere dag weer afgelopen kon zijn,” zegt Vester, “even plotseling als het begon. En misschien is dat nu wel het geval.” Feit is in elk geval dat de haringpopulatie bijna weer op het oude niveau is: recente schattingen gaan uit van zo’n tien miljoen ton. “Die haring past onmogelijk meer allemaal in de Tysfjord,” vervolgt de marien biologe. “Je vindt nu ’s winters weer haring rond de gehele Lofoten, en zelfs op open zee. De orka’s hoeven dus niet meer de fjorden in te komen. Misschien blijven ze wel liever op zee.”

Weggepest

En daar zouden ze groot gelijk in hebben. Het is namelijk op het water in en rond de Tysfjord een drukte van belang. Vanaf de Noorderlicht zien we niet alleen enkele veerponten en tientallen vissersboten, maar ook ettelijke schepen met walvistoeristen en onderzoekers. “Al die boten maken onder water een hoop lawaai,” geeft Vester aan. “We weten dat orka’s daar last van hebben bij hun echolocatie en onderlinge communicatie.”

Als één van de schepen een groep orka’s spot, meldt hij dat over de radio. Meteen drommen dan meerdere schepen samen om de dieren te bekijken. Vester: “Er zijn weliswaar strenge richtlijnen over hoe dicht de schepen de orka’s mogen benaderen, en op welke manier, maar niet iedereen houdt zich daaraan. Je ziet vaak dat de dieren geïrriteerd raken en er vandoor gaan. Dat gebeurt al snel, zeker wanneer er toeristen met snorkeluitrusting te water gaan om met de orka’s te zwemmen. Dat zie je tegenwoordig steeds vaker. Een onrustbarende trend.”

Ook de onderzoekers zelf vormen een storende factor. Ze volgen de groepen vaak langdurig, en schieten soms zelfs pijlen op de orka’s af om stukjes huid en vet te verzamelen die worden onderzocht op chemische stoffen (zie ook NWT 2/2006: Orka’s zijn het vuilnisvat van de oceaan). “Op zichzelf is dat onderzoek heel nuttig,” zegt Vester, “want de uitkomsten ervan kunnen leiden tot verscherpte regelgeving. Maar voor de orka’s kan het een traumatische ervaring zijn.”

En dan was er nog de episode met de Noorse marine. Die besloot dit najaar zijn sonarapparatuur te testen in de Tysfjord, wat gedurende een paar weken veel extra geluidshinder opleverde. “Uitgerekend middenin het orkaseizoen,” zegt Vester fel. “Dat ze daar nou niet even tot januari mee konden wachten.”

De orka’s, zo concludeert Vester, zijn misschien wel weggepest door alle menselijke activiteit in het fjordengebied. Gecombineerd met een grotere verspreiding van de haringpopulatie, en wellicht met een iets warmere zeewatertemperatuur, leidde dat tot een situatie waarin de orka’s de fjorden in 2006 leken te vermijden.

Aan boord van de Noorderlicht moeten we dus extreem veel geluk hebben. Ook vandaag zullen we hoogstwaarschijnlijk geen orka’s zien. Vanwege het stormachtige weer en de hoge golven besluiten we de beslotenheid van de Trollfjord op te zoeken: een spectaculaire, nauwe fjord met loodrechte rotswanden, maar nauwelijks kans op orka’s.

Caroussel

Onderweg zeilen we rustig door een sprookjesachtig landschap met versbesneeuwde pieken in pastelkleurige tinten. Andere schepen zijn er niet, dus we hebben de fjord voor onszelf. Plotseling ziet de eerste stuurman door zijn verrekijker iets merkwaardigs. Heel in de verte vliegt een grote klont zeevogels dicht opeen. Zou het dan toch...? En inderdaad, tegen een adembenemend decor van schilderachtige bergen, zien we de eerste vin. Als we dichterbij komen blijkt dat we met onze neus in de boter vallen. Een groep van twintig à dertig orka’s is gezamenlijk aan het jagen! Ze drijven een school haring in een dichte bal bijeen door er, al bellenblazend, rondjes omheen te zwemmen. Om de beurt slaan de volwassen beesten met hun staart op de school haring in, waarbij ze tientallen vissen tegelijk buiten westen slaan. Deze worden dan stuk voor stuk door hun familieleden opgepeuzeld.

Deze jachttechniek, ook wel caroussel feeding genoemd, is een specialiteit van de Noorse orka’s. Wat er zich onder water precies afspeelt, kunnen we vanaf het schip natuurlijk niet zien, en is ook pas onlangs door duikers ontdekt. Wat wij zien is een kolkende massa van vinnen, blaaswolken, glinsterende haring en zeevogels die een visje proberen mee te pikken. Op één moment tellen we maar liefst vijftien zeearenden die willen delen in de buit. We kunnen onze ogen en oren niet geloven. Er zijn meerdere volwassen orkamannetjes bij, waarvan de kaarsrechte rugvin minstens anderhalve meter hoog is. Voorafgegaan door een luidruchtige proest uit het blaasgat komt zo’n vin in slow motion naar boven. Baby’s en jongen springen soms in hun geheel het water uit. Af en toe steekt een van de volwassen dieren zijn kop en halve bovenlichaam verticaal het water uit om de situatie eens goed te bekijken.

Anderhalf uur lang mogen we dit adembenemende schouwspel bijwonen. Dan is het heel plotseling voorbij. Van de ene op de andere minuut zijn alle zeevogels verdwenen, alsof ze in het landschap zijn opgelost. Er is geen vin meer te bekennen en het water is weer rimpelloos. Het enige wat nog aan de feestmaaltijd herinnert, is een glitterwaas van losse schubben en dode haringen rond het schip.

’s Middags bel ik onderzoekster Heike Vester om haar te vertellen wat we hebben gezien. “Mooi!”, reageert ze. “Wij hebben zelf de hele week nog niets gezien. Het is goed om te weten dat de orka’s hier aan het jagen zijn, en niet alleen een kijkje nemen. Wie weet volgen er meer.”

Het seizoen van de Noorderlicht is voorbij, maar Vesters website meldt inderdaad twee weken later, half december, dat er zoetjesaan meer orka’s in de fjorden arriveren. Lang niet zoveel als vorig jaar, maar in elk geval is er hoop voor de toekomst. “Wie zal het zeggen!”, aldus Vester. “Het blijft een onvoorspelbaar fenomeen.” Wat al wel vaststaat, is dat de haringquota voor volgend jaar zijn verdubbeld ten opzichte van dit jaar: in 2007 mogen de Noorse vissers 1,3 miljoen ton binnenhalen. Misschien komen de orka’s dan weer terug naar de fjorden. In elk geval is het gunstig dat de fjorden volgend jaar vrij zijn van sonartests en onderzoekers met pijltjesgeweren. “En wie weet heeft dit slechte seizoen wel een afstotende werking op de toeristenindustrie,” lacht Vester. De Noorderlicht is echter volgend jaar weer van de partij. En of het orkaseizoen dan beter is of niet, een carousselspektakel zoals dit jaar krijgen we vast niet snel meer te zien.

 

Onderzoekssite van Heike Vester:

www.ocean-sounds.com

 

Meevaren met deNoorderlicht:

www.oceanwide-expeditions.com

 

Dagtochten in de Tysfjord:

http://www.tysfjord-turistsenter.no/safari/


< Terug naar de voorproefjes
Copyright © 2010 - Alle rechten voorbehouden - Webdesign Laurens Mast Freelance Webdesign