Dutch language English language

Voorproefjes - Cannabis als medicijn (idem, 2007)

 

Sommige chronisch zieken hebben baat bij het gebruik van cannabis. Ze kunnen daarvoor naar de apotheek, maar coffeeshops zijn goedkoper. Daar weet je echter nooit precies wat je krijgt. Arno Hazekamp onderzocht de kwaliteitsverschillen. Hij ontwikkelde een standaardmethode om cannabis te classificeren en vergeleek verschillende manieren van toediening. Nu reist hij het land door op cannabiskruistocht.

Wie houdt van een jointje, moet in Nederland zijn. Cannabis, beter bekend als marihuana of wiet, is hier vrij verkrijgbaar. Niet alleen liefhebbers zijn daar blij mee, maar ook wetenschappers. “In geen enkel ander land zou je cannabis zo gemakkelijk kunnen onderzoeken,” zegt Arno Hazekamp. “Elders doet men daar veel moeilijker over, zeker sinds de Verenigde Naties in 1961 een strenge wereldwijde beperking hebben ingesteld.”

            En onderzoek, aldus Hazekamp, is hard nodig. Zeker wanneer het gaat om medicinaal gebruik van cannabis. “Het is al eeuwenlang bekend dat de hennepplant symptomen van bepaalde chronische aandoeningen kan verlichten,” vertelt de onderzoeker, “bijvoorbeeld pijn bij multiple sclerose (MS), misselijkheid bij kankerbehandelingen en AIDS, en de tics van het syndroom van Tourette.”

            Sinds een jaar of tien staat wetenschappelijk vast dat het niet gaat om bakerpraatjes. De werkzame stoffen in cannabis, de zogenaamde cannabinoïden, lijken sterk op kalmerende stoffen die het lichaam zelf maakt. Ons zenuwstelsel heeft specifieke receptoren die op cannabinoïden reageren. Als je cannabis echter op een verantwoorde en effectieve manier als medicijn wilt gebruiken, moet je precies weten welke werkzame stoffen erin zitten, welke kwaliteitsverschillen er zijn en hoe je cannabis het beste kan toedienen. “Naar al deze dingen is verrassend weinig onderzoek gedaan,” zegt Hazekamp. “Er bestaat weliswaar een berg aan literatuur over de werkzame stoffen, maar iedereen gebruikt andere methoden om ze te analyseren en te kwantificeren. Daardoor kon je gegevens nooit met elkaar vergelijken.”

Schimmels

Hazekamp ontwikkelde daarom een standaardmethode om het exacte cannabinoïdgehalte te bepalen en te beschrijven. Vervolgens onderzocht hij van alle cannabinoïden een aantal belangrijke chemische eigenschappen. Ook dat was hard nodig. Hazekamp: “Toen was het tijd voor een vergelijkend marktonderzoek.”

            Sinds 2003 is medicinale cannabis in Nederland op recept bij de apotheek verkrijgbaar. De productie en verwerking ervan zijn in handen van het Bureau voor Medicinale Cannabis, een overheidsinstelling. Cannabis is bij de apotheek echter zo’n twintig tot dertig procent duurder dan bij een coffeeshop. Het medicijn wordt door verzekeraars niet vergoed. Veel patiënten halen hun cannabis dus noodgedwongen bij de wietboer om de hoek. Hazekamp was nieuwsgierig naar de kwaliteit daarvan. Bij verschillende coffeeshops in Nederland kocht hij tien gram cannabis, die hij in zijn lab nauwkeurig onderzocht en vergeleek met die van de apotheek. “Allereerst bleek dat je vrijwel overal betaalt voor tien gram, maar minder meekrijgt,” vertelt hij. “Het verschil is soms meer dan tien procent. Daarnaast varieert het gehalte aan werkzame stoffen behoorlijk. Per saldo is de apotheek-cannabis daarom niet eens zoveel duurder dan die van de gemiddelde coffeeshop. De prijs valt redelijk binnen de spreiding.”

            Hazekamp ontdekte nog een reden om toch maar naar de apotheek te gaan: elk van de onderzochte coffeeshopmonsters bevatte bacteriën en schimmels, soms zelfs in grote hoeveelheden. “Verder weet je nooit waar de planten vandaan komen. Je haalt nooit twee dagen achter elkaar hetzelfde spul. Het kan verschillen in ouderdom, herkomst en ras. Het lijkt er zelfs op dat er dealers zijn die er met opzet troep doorheen mengen, zelfs glassplinters, om het zwaarder te maken.”

Ballon

Zelfs als een patiënt een gram cannabis van de apotheek gebruikt, is het nog niet zeker hoeveel werkzame stoffen hij precies binnenkrijgt. De manier van toedienen maakt een groot verschil. Veel mensen roken een jointje, maar ze inhaleren daarbij ook schadelijke verbrandingsgassen. Gezonder is een zogenaamde verdamper: een apparaat dat de werkzame stoffen met hete lucht vrijmaakt, waarna de patiënt ze kan inademen. Hazekamp laat er een zien: een pyramidevormig apparaat ter grootte van een keukenmachine. Een halve gram cannabis wordt in een soort thee-ei in het apparaat geplaatst. De hete lucht die er doorheen stroomt, komt terecht in een ballon met een ventiel. De ballon kan de patiënt er vervolgens afnemen, waarna hij de lucht kan opzuigen. “Dit is een fantastisch apparaat,” zegt Hazekamp enthousiast. “Er kan niets mee fout gaan. Als je er een juiste hoeveelheid indoet, en de temperatuur keurig instelt op 180 graden, bevat de ballon altijd dezelfde hoeveelheid cannabinoïden.” De enige kink in de kabel is de houdbaarheid: in de ballon verliezen de stoffen na enige tijd hun werkzaamheid. “Maar nu we dat weten, kunnen we mensen erop wijzen.”

            Een derde manier van toediening is als thee. Sommige mensen geven daar de voorkeur aan, omdat ze niet graag warme lucht inademen of omdat ze de methode vertrouwder vinden. Ook het theezetten bleek goed te standaardiseren. “Variabelen zoals de kooktijd en de hoeveelheid water maken niet eens zoveel uit, zolang je alle thee maar meteen opdrinkt,” geeft Hazekamp aan. “Anders is het als je in één keer een grote hoeveelheid klaarmaakt, en de rest in de koelkast bewaart. Na twee dagen is de thee zijn werkzaamheid kwijt.” Elke dag verse thee maken is erg lastig voor een MS-patiënt voor wie iedere handeling pijnlijk is. Maar wat blijkt? Als je een klontje boter aan de thee toevoegt, of koffiemelkpoeder, dan is de thee wel een week houdbaar. De werkzame stoffen binden zich aan de vette bestanddelen en blijven zo in de thee aanwezig. “Ideaal,” lacht Hazekamp. “Daar kunnen mensen tenminste wat mee.”

Eigen bedrijf

Met zijn onderzoek hoopt Hazekamp de maatschappelijke discussie over medicinale cannabis een wetenschappelijke basis te geven. “Iedereen heeft er wel een mening over,” zegt hij. “Cannabis heeft nog altijd een sterk negatief imago. Mensen zeggen vaak: die medicinale cannabis is gewoon een excuus voor mensen die lekker een jointje willen roken. Anderen zeggen: het is een homeopatisch middel en de effecten zijn niet bewezen.” Feit is echter dat grote groepen mensen er baat bij hebben – tien- tot vijftienduizend, volgens een schatting van het Ministerie van Volksgezondheid – en dat medicinale cannabis alleen wordt verstrekt aan mensen bij wie andere behandelmethoden niet werken. Dat laatste zou Hazekamp graag zien veranderen. “Als cannabis breder wordt geaccepteerd, hoeven mensen misschien niet meer zolang te wachten op een recept. Ze kunnen het middel dan meteen gaan gebruiken, als volwaardig alternatief. Mensen hoeven er niet meer stiekem over te doen. De vraag zal dan toenemen, en de prijs kan dalen.” Om deze boodschap te verspreiden reist Hazekamp nu door het land met collega’s van het Bureau Medicinale Cannabis. Hij spreekt met patiënten, apothekers, verzekeraars en beleidsmakers en hoopt mensen met zijn wetenschappelijke gegevens te overtuigen. “Ik kan nu feiten laten zien die elke discussie uitsluiten,” aldus de onderzoeker, die inmiddels zijn eigen bedrijf heeft opgericht om zijn werk voort te zetten. “Het gaat weliswaar om plantenmateriaal in een potje, en niet om een keurig herkenbaar pilletje zoals de mensen dat gewend zijn, maar het is wel degelijk een werkzaam medicijn dat de levens van veel mensen kan verbeteren.”


< Terug naar de voorproefjes
Copyright © 2010 - Alle rechten voorbehouden - Webdesign Laurens Mast Freelance Webdesign