Dutch language English language

Voorproefjes - Champage tijdens de kerstborrel? Een heel slecht idee voor je werk (13-12-2016)

Ons brein werkt al slechter na één glas drank. En het effect blijft veel langer hangen dan we denken. Het is tijd dat niet-drinken normaal wordt, zeggen experts. „Bij cocaïne adviseer je ook niet om te ‘minderen’.”

Door Nienke Beintema

Het is weer die tijd van het jaar, ook op het werk: een fles wijn in het kerstpakket, een likeurtje tijdens de kerstborrel en champagne met nieuwjaar. Alcohol is overal om ons heen en de baas lijkt het zelfs aan te moedigen: goeie sfeer op kantoor! Terwijl er alle reden is om te zeggen: we stoppen ermee. Helemaal. Net zoals we roken steeds meer in de ban doen. Want de cijfers liegen er niet om.

Circa 8 miljard euro per jaar. Dat zijn de maatschappelijke kosten van het alcoholgebruik in Nederland. Een half miljard méér dan de hele Rijksbegroting voor het basisonderwijs. Of ruim tien keer ons totale budget voor wetenschappelijk onderzoek. Zo duur is het dus: wat alcohol met zich meebrengt aan verkeersongevallen, gezondheidszorg en optredens van politie en justitie. En aan verminderde arbeidsproductiviteit. Jaarlijks laten we met zijn allen bijna 1,7 miljard euro liggen doordat we werken met een glaasje op – of onze roes liggen uit te slapen. Dat staat in een rapport dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in oktober publiceerde.

Maar let op: het gaat hier slechts ten dele om alcoholisten of mensen die ieder weekend dronken zijn. Ruim twee derde van die 1,7 miljard euro is toe te schrijven aan ‘gemiddelde drinkers’: de 90 procent van de drinkende Nederlanders die 0,5 tot 2,5 glaasje per dag drinkt (zie tabel). Toegegeven, het zou nuttig zijn om die categorie verder op te splitsen, want als je het omrekent naar glaasjes per week, dan klinkt 3,5 glas (de ondergrens van die categorie) toch aanzienlijk anders dan 24,5 glas per week (de bovengrens). En al vanaf 14 glazen per week is er volgens Trimbos sprake van ‘excessief drinken’. Maar toch. De ‘gemiddelde drinkers’ volgens de RIVM-indeling kosten de Nederlandse samenleving bijna 1,2 miljard euro per jaar omdat ze na het drinken een dagje thuisblijven of minder efficiënt werken. Voor die laatste categorie, die maar liefst drie keer zoveel kost als de eerste, gebruiken de RIVM-onderzoekers een mooie term: presenteïsme. Je bent er wel, maar je bent toch een beetje afwezig.

Wat doet alcohol eigenlijk met ons? René Kahn, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Utrecht, schreef er een boek over, dat ongeveer tegelijk met het RIVM-rapport verscheen: Op je gezondheid? Over de effecten van alcohol. “Er is allerlei onderzoek dat aantoont dat alcohol de celdeling in de hersenen remt”, vertelt Kahn. “Vooral in de hippocampus, een hersengebiedje dat een grote rol speelt bij leren en geheugen. Bij vijf glazen ligt die celdeling helemaal stil.”

Die celdeling is nodig voor het opslaan van binnenkomende informatie. Met een platgelegde hippocampus sla je helemaal niets meer op. Dat is waarom de tweede helft van de avond een zwart gat is als je stomdronken bent. Maar ook bij één glas is er al een meetbaar effect, merkt Kahn op. Niet alleen op het geheugen, maar ook op andere cognitieve zaken. Dus drink je een glas wijn tijdens de zakenlunch, dan heb je daar de rest van de werkdag mee te maken – ook als je het zelf niet doorhebt. “Alcohol blokkeert bepaalde signaalstoffen in de hersenen”, vertelt Kahn. “Valium doet precies hetzelfde: je aandacht verslapt, er zit een rem op alle processen in het brein. Je bent trager, je kunt je impulsen moeilijker onderdrukken, je hebt minder motorische controle. Dat is ook waarom je geen machines moet bedienen en niet moet autorijden als je valium gebruikt. Bij alcohol is dat effect er al bij één glas.” Toch mag je daarmee nog achter het stuur, wil hij maar zeggen: de wettelijke alcohollimiet van 0,5 promille komt overeen met één glas voor vrouwen en bijna twee voor mannen.

Maar hoe zit het dan met het ontremmende effect van alcohol, dat sommige werkende mensen juist opzoeken? Dat wijntje om dat artikel relaxter te kunnen schrijven? Dat borreltje om jezelf moed in te drinken voor een presentatie? Dat biertje om losser te kunnen onderhandelen? “Het is verleidelijk, maar heel onverstandig”, zegt Jeroen Raaijmakers, emeritus hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Zelfs één of twee glaasjes hebben al direct invloed op de manier waarop je informatie verwerkt.” Hij kan zich voorstellen dat dat voordelen heeft: dat er remmingen wegvallen en nieuwe associaties opborrelen. “Maar ik zou het toch afraden. Je alertheid wordt meteen minder. Dat wil je toch in geen enkele werksituatie?”

Geen glaasje dus, om vrijer te kunnen denken? Reinout Wiers, hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie aan de Universiteit van Amsterdam, merkt daar iets interessants over op. Als je verwácht dat je losser wordt van dat ene wijntje, dan is dat vaak ook zo. “Er is een behoorlijk placebo-effect”, vertelt Wiers. “Dat is heel mooi onderzocht in een studie met vier groepen mensen. De eerste dacht dat hij alcohol kreeg en kreeg dat ook echt. De tweede dacht dat hij fris kreeg en kreeg dat ook echt. De derde dacht dat hij alcohol kreeg, maar kreeg fris. De vierde dacht dat hij fris kreeg, maar kreeg alcohol. Met zo’n opzet kun je precies uitrekenen welk effect echt door de alcohol wordt veroorzaakt, en welk effect door de verwachtingen van wat die alcohol gaat doen.”

Daaruit blijkt dat mensen zich bij een lage dosis alcohol inderdaad losser gaan gedragen – en dat dat effect wordt versterkt dan wel verzwakt door hun eigen verwachtingen, afhankelijk van of die verwachtingen positief dan wel negatief waren. “Maar los daarvan is er een negatief effect op aandacht, op het onderdrukken van impulsen en op het snel switchen tussen taken.”

Er is nog een effect: ‘vernauwing van de aandacht’, ook wel ‘alcoholbijziendheid’ genoemd. Als je je met één ding bezighoudt, dan vallen andere dingen minder op. “Mensen die na een wijntje een opdracht moeten uitvoeren, worden minder snel afgeleid als er in de kamer ernaast wordt geboord dan mensen die geen alcohol op hebben”, zegt Wiers. “Dat kan in de werksituatie een voordeel zijn, ja. Maar soms juist een nadeel. Al helemaal in het verkeer: je hebt minder goed in de gaten wat er om je heen gebeurt.”  

Daarnaast versterkt alcohol bestaande emoties. Een fijne collega wordt fijner, een gezellige borrel gezelliger – maar een rotklus nog vervelender. “De effecten kunnen alle kanten op schieten”, zegt Wiers. “Als een situatie oproept tot agressie, zal iemand onder invloed relatief agressief reageren. Maar als de omgeving vriendelijk en hulpvaardig is, zal iemand die gedronken heeft daarin meegaan.” Dat is nuttige kennis in de context van geweld door dronken voetbalsupporters, merkt de hoogleraar op. “Die moet je dus niet met agressie en militair vertoon tegemoet treden”, zegt hij. “Je kunt het beter zoeken in de verbroedering en hulpvaardigheid.”

Of we van één of twee glaasjes beter gaan werken, hangt dus af van de context. In de meeste gevallen is het geen goed idee, concluderen de experts. Over dronkenschap zijn ze het al helemaal eens: die is ronduit gevaarlijk. Niet alleen voor puberhersenen, zoals we steeds vaker horen. (Bij de groeiende hersenen – in elk geval tot ons 20ste jaar, volgens sommigen zelfs tot ons 30ste – leidt regelmatig drinken van een paar glazen al permanent tot een kleinere hippocampus en minder verbindingen tussen de hersencellen.) Ook bij volwassenen veroorzaakt dronkenschap ontstekingsreacties in de hersenen, die op lange termijn littekenweefsel achterlaten, met blijvende cognitieve schade. Ook als je alleen in het weekend drinkt, maar wel elk weekend te veel.

En dan is er nog de ‘morning after’: het gevoel waarmee je ’s morgens weer op kantoor verschijnt na een avondje uit. Misschien alleen wat moe, misschien zelfs met een kater. Britse werknemers komen gemiddeld twee en een halve dag per jaar met een kater op hun werk; bij ons is dat niet onderzocht. Tip voor de werkvloer: geef je katerige collega meteen een groot glas water. Katers ontstaan namelijk vooral door uitdroging in het hele lichaam – van het dode vogeltje in de mond tot de bonkende koppijn. Dat komt doordat alcohol vochtafdrijvend werkt: je gaat er extra van plassen. Veel water drinken tijdens en na het uitgaan kan de kater deels voorkomen en verhelpen. Dat is dus geen fabeltje, weet Kahn. Een ander deel van de kater, de algehele malaise, ontstaat door slaapgebrek: je slaapt vaak te kort na een ruige nacht, en bovendien slaap je door de alcohol minder diep. Je wordt minder uitgerust wakker. Extra slapen helpt dus. “Maar die verminderde celdeling in de hippocampus”, waarschuwt Kahn, “die kan nog wel een paar dagen doorgaan, zelfs als de alcohol allang weer uit je systeem is. Vergis je niet: het duurt een tijd voordat je cognitief weer de oude bent. Ik kan er niks mooiers van maken.”

Hij gooit er een vurig pleidooi achteraan. “Cocaïne is schadelijk en verslavend. Alcohol is dat óók, en toch hebben we met zijn allen afgesproken dat je dat gewoon bij Albert Heijn moet kunnen kopen.” ‘Minder drinken’ vindt hij een kromme benadering: “Je gaat mensen toch ook niet aanraden om ‘minder cocaïne’ te gebruiken? Helemáál niet meer, zou ik zeggen.” Precies wat de Gezondheidsraad in 2015 ook adviseerde. Want de positieve effecten op hart en vaten – als die er al zijn; studies spreken elkaar tegen – vallen in het niet bij de negatieve effecten op ons brein. Ook bij één glaasje. Het is tijd, vindt Kahn, dat niet-drinken normaal wordt. “Nu word je raar aangekeken als je zegt dat je niet drinkt. Vroeger was dat met roken net zo. En kijk eens hoe dat in korte tijd is veranderd.”


< Terug naar de voorproefjes
Copyright © 2010 - Alle rechten voorbehouden - Webdesign Laurens Mast Freelance Webdesign