Dutch language English language

Voorproefjes - Wie massa heeft, wordt wel gehoord (interview Els Goulmy, 13-3-2015)

 

Spinozalaureaat Els Goulmy is mede-oprichtster van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren. In veertien jaar tijd is er veel veranderd, maar nog steeds bereiken ‘bedroevend weinig’ vrouwelijke wetenschappers de top.

Door Nienke Beintema
© bionieuws


‘Heb je het gezien in nrc.next?’, vraagt Els Goulmy. Ze refereert aan de krant van 4 maart. ‘Weer zo’n negatief verhaal over Nederlandse vrouwen die steeds maar parttime willen werken en daardoor de top niet halen. Het stond vol met halve waarheden. Doodzonde.’

Goulmy (1946) is emeritus hoogleraar transplantatiebiologie van de Universiteit Leiden. In 2002 kreeg ze van NWO de Spinozaprijs voor haar baanbrekende onderzoek naar de afstoting van donororganen. Ze ontdekte dat niet alleen HLA-eiwitten (human leukocyte antigens) daarbij een rol spelen, maar ook andere eiwitten, die tot dan toe onbelangrijk werden geacht.

Maar daarnaast liep Goulmy lange tijd voorop in de discussie rond het glazen plafond: het verschijnsel dat relatief weinig vrouwen doordringen tot de top. Ook in de wetenschap. In 2001 richtte ze samen met twee ambtgenotes het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) op. Daarvan was ze voorzitter tot 2012.

‘Het is onzin dat parttime werken slecht zou zijn voor je carrière’, zegt ze fel. ‘Ik heb altijd gewerkt met een groot percentage parttimers; die mensen zijn ongelooflijk gemotiveerd. Ze werken vaak efficiënter dan mensen die fulltime werken. Veel vrouwen hebben bewezen dat je óók de top kunt bereiken als je je aandacht verdeelt tussen werk en gezin. Dat je dan net zo goed kunt presteren, en soms zelfs beter. Dat geldt trouwens voor mannen net zo goed als voor vrouwen.’

Goulmy werd hoogleraar in 1999. ‘Toen stond Nederland net boven Botswana wat betreft het percentage vrouwelijke hoogleraren’, zegt ze. ‘Het was toen 6 procent. Nu is het 12-13 procent. Nog steeds bedroevend weinig.’ Ze vindt het moeilijk te zeggen of het LNVH aan de verdubbeling heeft bijgedragen – maar ze vermoedt van wel. ‘We zijn meteen met de belangrijke gremia gaan praten’, vertelt ze. ‘Colleges van bestuur van de universiteiten, het ministerie van OCW, de VSNU, KNAW, NWO. We wezen ze erop dat er sprake was van kapitaalverlies. Zoveel vrouwelijke studenten: waar blijven die nou? Dat kun je toch niet maken, dat er maar zo weinig terechtkomen in leidende posities? Naarmate je vaker terugkomt, een goed verhaal hebt, data kunt laten zien, gaat men dat vervelender vinden.’

Van het ministerie van OCW ontving het LNVH meteen veel steun, herinnert Goulmy zich. Ze noemt met name de inzet van Maria van der Hoeven, die zich er persoonlijk voor inzette dat het netwerk subsidie kreeg om onder meer een kantoor te huren. ‘Dat was een enorme opsteker’, zegt Goulmy. ‘Dan kun je je veel meer laten zien. Het was grotendeels liefdewerk oud papier, maar er zijn ook gewoon dingen die geld kosten.’ OCW-minister Jet Bussemaker heeft de subsidie onlangs hernieuwd.

Het LNVH zet zich in voor landelijke samenwerking en zichtbaarheid van vrouwelijke hoogleraren, maar richt zich ook op de individuele universiteiten. ‘We sporen ze aan om vrouwen te activeren en te motiveren om lokaal een netwerk op te bouwen, ook van vrouwelijke universitaire hoofddocenten. Uiteindelijk gaat het daarom: dat die beter doorstromen. Zij zijn de doelgroep. Zij moeten gehoord worden.’

Het LNVH was aanvankelijk vooral een denktank: een select groepje voorvechters van betere doorstroming van vrouwen naar de top. ‘Uit respect werden we wel binnengelaten, en gedoogden ze ons. Maar als we eenmaal binnen waren, dan dachten mensen snel: wanneer gaan ze weer weg?’ Later werd het netwerk een stichting, waar niet alleen iedere vrouwelijke hoogleraar in Nederland zich bij heeft aangesloten, maar ook veel universitair hoofddocenten. ‘Toen gingen er echt deuren open. Zo prachtig om te zien. Neelie Kroes zei het al: als je maar massa hebt, dan word je wel gehoord.’

Beperkt
In 2011 ging Goulmy met emeritaat. Ze bleef nog wel promovendi begeleiden; de laatste promoveerde afgelopen januari. ‘Nu doe ik alleen nog wat advies- en correctiewerk’, zegt ze. ‘Maar in beperkte mate. Ik heb gemerkt dat er een boel andere leuke dingen zijn, buiten de wetenschap. Daar heb ik eerder nooit tijd voor genomen, nee. Maar nu pak ik die kans met beide handen aan. Dat je gewoon spontaan een museum of een lezing kunt bezoeken. Of de hele weekendbijlage van de krant kunt lezen. Heerlijk. In de wetenschap ben je toch altijd een beetje beperkt bezig – hoewel ik dat altijd met veel plezier heb gedaan.’

Goulmy stopte ook als voorzitter van het LNVH. Ze is nog zijdelings betrokken maar wil geen rol meer op de voorgrond. ‘Het is helemaal niet leuk om op te houden’, zegt ze. ‘Als je iets altijd met veel enthousiasme hebt gedaan, dan is dat best moeilijk. Gelukkig is het geleidelijk gegaan. Maar het is ethisch om wel te stoppen. Je moet de jonge generatie niet voor de voeten blijven lopen. Er zijn zoveel talentvolle mensen – ik wil dat die de ruimte hebben. Daar moet ik me niet als een ouwe tante op de werkvloer mee blijven bemoeien.’


< Terug naar de voorproefjes
Copyright © 2010 - Alle rechten voorbehouden - Webdesign Laurens Mast Freelance Webdesign