Dutch language English language

Voorproefjes - Strijden om ruimte (hoofdstuk in 'Experiment NL')

 

[Hoofdstuk in boek 'Experiment NL - Wetenschap in Nederland' (2009)]

Nederland moet zuinig omgaan met zijn ruimte. Maar wie bepaalt hoe het landschap wordt ingericht? Belangen botsen en iedereen wil wat anders. Niet alleen regels en wetten spelen een rol, maar ook toevalligheden en ondoorzichtige processen.

Nienke Beintema

Nederland. Een klein land met veel mensen. Iedereen wil een huis met een tuin, snelwegen om met de auto van A naar B te kunnen en natuur om te recreëren. En er zijn bedrijventerreinen nodig om de economie gezond te houden.

Als er steeds meer mensen zijn die allemaal steeds meer wensen hebben, dan levert dat spanningen op: tussen de overheid die een Betuwelijn wil aanleggen en een burger die geen goederentreinen langs zijn achtertuin wil. Tussen een gemeente die een meubelboulevard wil bouwen en de landelijke overheid die het Groene Hart wil behouden. Tussen een ministerie dat de goedkoopste snelwegvariant wil en natuurbeschermers die zich zorgen maken om het Naardermeer.

Wat gebeurt er dan? Wie bepaalt wie gelijk krijgt? Hebben we daar als burger wel enige invloed op? Twee experts zitten een middag in een Delfts café om daarover van gedachten te wisselen. Terry van Dijk onderzocht hoe burgers zich organiseren in de strijd om ruimte en welke strategieën ze daarbij gebruiken. Evelien van Rij schreef een proefschrift over de vraag hoe we kunnen voorkomen dat groene gebieden tussen de steden verdwijnen.

Draaiboek

Van Rij trapt af: ‘In principe bepaalt de grondeigenaar wat er met zijn land gebeurt, of dat nu een burger is of een provincie. Maar als het gaat om het algemeen belang, dan is een soort helikopterview nodig. Vaak komt die van de overheid. Die kan het een grondeigenaar goed lastig maken.’

Van Dijk vindt het verbazingwekkend hoe vaak deze strijd toch goedgaat. ‘Vroeger had je planologen die op hun werkkamer berekenden en beredeneerden wat er waar moest komen’, zo vertelt hij. ‘Dat werkte slecht. Allerlei groepen kwamen in opstand tegen die van bovenaf opgelegde plannen.’ Tegenwoordig kijken planologen daarom van tevoren al veel meer naar de verschillende belangen: ‘Je kúnt helemaal niet botweg iets plannen of eenzijdig afkondigen. Je bent afhankelijk van waar het grondeigendom ligt, welke dingen de mensen na aan het hart liggen, en waar projectontwikkelaars willen investeren.’

Er is niet één draaiboek, één regel die bepaalt wat er gebeurt als de belangen botsen, zo vertellen de onderzoekers. De weg van strijd naar besluit verschilt van geval tot geval. ‘En dat is maar goed ook,’ vindt Van Dijk, ‘want wat de mensen willen, verschilt in de tijd. Nu willen ze dit, maar tien jaar later willen ze misschien iets anders. En wat de een wil, is soms voor anderen juist ongunstig.’

Er zijn dingen die zo belangrijk zijn dat ze landelijke regie vergen, zoals waterbeheer. Iedereen heeft belang bij droge voeten, niet alleen de mensen die pal achter de dijk wonen. Het is dan ook het Rijk dat daarover beslissingen neemt. Soms zijn dat besluiten waar lokale mensen helemaal niet blij mee zijn. In het algemeen belang moeten sommige boeren bijvoorbeeld hun land verkopen om ruimte te maken voor waterbeheer. Lokale actiegroepen kunnen dan vechten wat ze willen, maar succes zullen ze niet hebben.

Maar vaak ligt de regie een niveau lager. Sinds de Nota Ruimte uit 2004 mogen provincies en gemeenten meer zelf bepalen hoe ze hun gebied inrichten. Daar zitten volgens Van Rij veel risico’s aan: ‘Voor gemeenten is het al gauw aantrekkelijk om projectontwikkelaars op een gebied los te laten. Bouwen is gewoon te lucratief. Of het nu woningen zijn of bedrijventerreinen: het levert een gemeente geld op. Maar als iedere gemeente zijn zin krijgt, dan blijft er geen groene ruimte meer over.’ Van Dijk: ‘Met andere regels rond gemeentelijke financiën zou die drang minder kunnen zijn.’

Trends

Niet alleen regels en wetten, maar ook maatschappelijke trends en politieke processen hebben een grote invloed op het landschap. ‘Veel van wat we in Nederland mooie landschappen vinden, is in feite landbouwgrond’, vertelt Van Rij. ‘Voor de groene ruimte is daarom niet alleen het ruimtelijkeordeningsbeleid, maar juist het landbouwbeleid heel belangrijk. En veel daarvan komt nu vanuit Europa.’ Vroeger kregen boeren veel overheidssteun, maar dat wordt steeds minder. Grootschalige boerenbedrijven kunnen de internationale concurrentie aangaan, maar voor de boeren in de typische Hollandse veengebieden, met kleine kavels en hoge waterstanden, wordt het steeds moeilijker. Dat maakt het lastig om onze geliefde oer-Hollandse landschappen te behouden. ‘Vaak gaat de overheid er bij voorbaat al vanuit dat overheidssteun niet mag, vanwege de Europese concurrentieregels’, aldus Van Rij. ‘Maar niemand realiseert zich dat die regels ten koste kunnen gaan van de traditionele landschappen. En dat de overheid binnen de regels veel meer kan doen dan nu het geval is.’

Ook bestuurlijke trends in eigen land beïnvloeden indirect de beslissingen over het landschap. In Nederland worden bijvoorbeeld vaak kleine gemeenten samengevoegd tot één grotere. ‘Een grotere gemeente is vaak veel minder gevoelig voor burgerprotest dan een kleinere’, zegt Van Dijk. ‘In kleinere gemeenten wordt een protest nogal eens geadopteerd door een lokale partij. Zo’n protestpartij kan de hele gemeenteraad domineren, en de zaak jarenlang op slot zetten. Zo kan de bevolking een stevige vuist maken. In grotere gemeenten zal dat niet snel gebeuren.’

Maar het zijn ook vaak toevallige processen die de besluitvorming bepalen. ‘Neem de Amsterdamse Noordzuidlijn’, zegt Van Dijk. ‘Het is helemaal niet duidelijk wie die nu echt wilde. Er was een heleboel geduw en getrek, er waren misschien wat mensen die vriendjes hadden op de juiste plekken. En plotseling was het besluit genomen. Achteraf is vaak niet meer na te gaan welke factor beslissend was.’

Altijd omstreden

In de praktijk, zo geven Van Rij en Van Dijk aan, gebeurt het zelden dat er van bovenaf een plan wordt opgedrongen dat lokaal echt geen draagvlak heeft. Een groot bedrijventerrein van Shell, waarvan het Rijk vond dat het bij Moerdijk moest komen, ondervond bijvoorbeeld jarenlang zóveel tegenstand vanuit de gemeente dat het plan werd afgeserveerd. Andersom gebeurt het vaker: een gemeente wil bijvoorbeeld graag bouwen, maar die plannen worden vanuit het Rijk verboden. In zo’n geval hebben regels en wetten wel degelijk een belangrijke invloed. Neem nu het Groene Hart. In 1958 is vastgelegd dat dit stuk Nederland tussen de grote steden open moest blijven. ‘Dat besluit heeft enorme gevolgen gehad. Kijk maar eens hoe het er nu uitziet. Vijftig jaar later is het nog steeds grotendeels een landelijk gebied’, zegt Van Rij. ‘Ik geloof niet dat het in de toekomst helemaal kan standhouden, maar een grote groene kern met de meest bijzondere gebieden zal er zeker blijven. Niemand zal accepteren dat de beslissing van 1958 helemaal wordt teruggedraaid.’

Dus wie beslist er nu écht? Dat is niet te zeggen, concluderen de beide experts. Op talloze verschillende momenten in de keten worden bewuste of onbewuste, directe of indirecte keuzen gemaakt. Het is duwen en trekken. Zou dat niet anders moeten? Dat is onmogelijk, zeggen beiden. Er spelen altijd totaal verschillende belangen en mensen hebben verschillende visies op hoe een landschap eruit zou moeten zien. ‘Je kúnt geen onomstreden plannen maken.’

 

[Quotes]

Je kunt helemaal niet botweg iets plannen

Bouwen is voor gemeenten gewoon te lucratief

Plotseling was het besluit genomen

 

[Kader]

Groen landbouwbeleid nodig

Evelien van Rij onderzocht tijdens haar promotieonderzoek wat de meest effectieve aanpak zou zijn om groene gebieden tussen de steden te behouden. Er zijn verschillende soorten maatregelen nodig, concludeerde ze. Bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van subsidies voor boeren, zodat zij bestaande landbouwgrond kleinschalig kunnen gaan beheren. Zo kan een verscheidenheid aan landschapstypen blijven voortbestaan. Dat is echter duurder dan de grootschalige productie die je tegenwoordig veel ziet, maar die veel minder ruimte biedt aan natuur.

Van Rij concludeerde dat het Rijk – de centrale overheid – hierbij een grote rol moet spelen. Bijvoorbeeld door geld beschikbaar te stellen en nieuwe regels te maken. Anders, zo vreest Van Rij, zullen Nederlandse gemeenten en grondeigenaren maar al te vaak kiezen voor grootschalige productie, of voor nieuwbouw.

[Kader]

Wie protesteert?

Er zijn grote verschillen in wat Nederlanders belangrijk of mooi vinden in een landschap. Uit Wagenings onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de allochtone bevolking het liefst een parkachtig landschap heeft, kleinschalig en aangelegd. Een landschap met bosranden en koeien vinden ze maar niks. Terwijl veel autochtone Nederlanders dat juist het mooist vinden, mooier nog dan ‘woeste’ onaangetaste oernatuur. Dus puur naar de meerderheid gerekend zouden de Waddenzee en de uitgestrekte kwelders misschien best mogen sneuvelen. ‘Het Haagse beleid is soms best elitair,’ stelt Van Dijk. ‘En als je kijkt naar burgerprotesten, bijvoorbeeld tegen de aanleg van een snelweg, dan blijkt dat de initiatiefnemers bijna allemaal hoogopgeleide, gepensioneerde autochtonen zijn.’

Kan het landschap de gemiddelde Nederlander dan niet zoveel schelen? Dat ook weer niet, zegt Van Dijk. In een op de drie gemeenten, zo geeft hij aan, is er serieus strijd over het verlies van natuur. ‘Dat is dus iets waarvoor mensen op de bres willen springen’, zegt hij. Maar er is wel iets opvallends aan de hand: 80 procent van de protesterenden blijkt in of aan het ‘rampgebied’ te wonen. Verlies aan ruimte is dus iets wat we ons wel aantrekken, maar vooral als het direct aan ons eigen leven raakt. ‘Het is heel erg NIMBY: not in my back yard,’ stelt Van Dijk. ‘Maar waarom zou het beschermen van je back yard niet belangrijk zijn?’

[Kader]

Een greep uit omstreden plannen

 

 

Wanneer?

Wat?

Wie protesteerde?

Waarom?

Wat kwam eruit?

1997-2007

Bouw Amsterdamse wijk IJburg

Verschillende milieuorganisaties; meerderheid van bevolking Amsterdam

Europees beschermd gebied; verdwijnen habitat van o.a. ringslang; open karakter IJmeer

Wijk is gebouwd; tweede deel is gepland

2000-2006

Tunnel A6 -> A9 langs Naardermeer

O.a. Platform tegen A6-A9

Tunnel zou slecht zijn voor waterhuishouding Naardermeer

Geen tunnel, maar verbreding bestaande wegen

Vanaf 1992

Bedrijventerrein Shell bij Moerdijk

Gemeente

De lokale gemeenschap heeft wel de lasten maar nauwelijks lusten

Er wordt een sterk afgeslankt terrein aangelegd op een andere lokatie

1995-2004

Tracé A73 bij Maastricht op oostelijke Maasoever

Milieuorganisaties

Oostelijke variant gaat dwars door veel natuurgebieden en is twee keer zo duur, maar geeft wel betere bereikbaarheid

Er is gekozen voor de oostelijke variant, maar met talloze tunnels en ecoducten voor wilde dieren. Wel veel duurder dan gepland.


< Terug naar de voorproefjes
Copyright © 2010 - Alle rechten voorbehouden - Webdesign Laurens Mast Freelance Webdesign