Dutch language English language

Voorproefjes - Interview met Jurgen Roordink, fysiotherapeut van het Nederlandse Davis Cup Team, in Tennis & Coach

 

Jurgen Roordink: “Ik kan het ruiken als iemand niet fit is.”

Voeding is van het grootste belang voor toptennissers. Jurgen Roordink, fysiotherapeut van het Nederlandse Davis Cup Team, is actief voorstander van het gebruik van voedingssupplementen. “Ik kan spelers niet beter laten tennissen. Wel minder slecht.”

Nienke Beintema

“Ook al kun je technisch perfect tennissen, en beschik je over de duurste materialen, als je lichaam niet honderd procent fit is, zul je nooit de top bereiken. De basisvoorwaarden moeten in orde zijn. Dat is iets wat trainers en coaches veel te weinig beseffen.” Aan het woord is Jurgen Roordink, sportfysiotherapeut en voedingsdeskundige. Roordink, sinds 1994 verbonden aan het Nederlandse Davis Cup Team, weet als geen ander welke factoren het verschil kunnen maken tussen een gewonnen en een verloren wedstrijd. “Als je je tegenstander met 6-1, 6-2, 6-1 de baan afslaat en binnen een uur klaar bent, dan maakt het niet zoveel uit. Maar als je bij 35 graden een slopende vijfsetter speelt, dan komt het aan op herstel- en uithoudingsvermogen. Dan is fitheid doorslaggevend.”

En fitheid, weet Roordink, is voor een groot deel afhankelijk van voeding. Gevarieerde maaltijden met de juiste verhoudingen aan vetten, koolhydraten en eiwitten zijn het allerbelangrijkste. “Maar zelfs als je goed eet, en op het oog volkomen gezond bent, kan het zijn dat je lichaam een tekort heeft aan bepaalde vitaminen en mineralen”, zegt hij. “Dan functioneert je lichaam niet optimaal, en juist dát maakt een verschil in die vijfde set. Je lichaam kan dan niet snel genoeg herstellen: je verliest je timing en je concentratie, je haalt net die ene bal niet meer, of je spieren verkrampen. Kramp is bijvoorbeeld vaak het gevolg van een gebrek aan magnesium, en is dus heel eenvoudig te voorkomen met een simpel voedingssupplement.”

Uit pure interesse volgde Roordink naast zijn werk als sportfysiotherapeut een opleiding orthomoleculaire geneeskunde. “Daarbij leer je precies hoe het lichaam op celniveau functioneert en welke vitaminen en mineralen beperkend zijn onder welke omstandigheden”, vertelt hij. “Doordat ik fysiotherapie combineer met een voedingsadvies en met voedingssupplementen, kan ik een speler optimaal voorbereiden. Dat wil niet zeggen dat een speler door mijn begeleiding beter gaat tennissen. Het betekent alleen dat zijn gezondheid optimaler is. Het gaat in feite om de laatste vijf procent. Ik zet de puntjes op de i.”

Laatste benen

Roordink, die zelf als speerwerper tot de Nederlandse top behoorde, verstrekt zijn spelers geen willekeurige huismerkpillen. Hij wil alleen het beste van het beste. “Bij veel merken bevatten de tabletten voornamelijk geur-, kleur- en smaakstoffen, vulmiddelen en andere rommel, die soms zelfs ronduit ongezond is”, meent hij. “Bovendien is de dosis vitaminen veel te laag om echt effect te hebben. Zelf werk ik met het merk Plantina. Daar zitten al die extra stoffen niet in, en bovendien bevatten deze tabletten een veelvoud van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitaminen en mineralen.” En dat werkt wel degelijk, aldus Roordink: het effect is wetenschappelijk aangetoond.

Bovendien heeft hij zijn eigen succesverhalen. Het klassieke voorbeeld is Sjeng Schalken, inmiddels een fervent gebruiker van Plantina en het commerciële gezicht van het bedrijf. “Sjeng vertelde me een tijd geleden dat hij het gevoel had dat hij in topvorm was, maar dat hij in de vierde en vijfde set vaak net iets tekort kwam”, vertelt Roordink. “We zijn toen begonnen met een basis van multivitaminen en vitamine C. Meteen merkte hij het verschil. Hij gaf aan dat hij zich voelde alsof hij de hele wereld aankon. Zijn uithoudingsvermogen verbeterde zienderogen.”

In de fameuze Daviscupwedstrijd tegen de Zwitser Chiudinelli, dit voorjaar, werd Schalken tot in de vijfde set op de proef gesteld. Hij voelde zich niet optimaal: hij had last van zijn rug en van zijn bilspier. Roordink en manueel therapeut Jan Naaktgeboren moesten er fysiek aan te pas komen om Schalken weer speelklaar te maken. Vervolgens pareerde de tennisser verscheidene matchpoints en haalde hij op zijn laatste benen alsnog de overwinning binnen. “Tja, die wedstrijd verliep lichamelijk niet ideaal”, lacht Roordink, “maar wie weet wat er was gebeurd als hij níet met zijn voeding was beziggeweest. Dan had hij misschien die vijfde set niet eens gehaald.”

Veel mensen associëren voedingssupplementen met doping. Roordink betreurt dat. “Ik geef supplementen om de gezondheid van mijn spelers te verbeteren. Doping is enkel gericht op het verbeteren van de prestatie. Daar zit een fundamenteel verschil tussen. Doping is vaak zelfs ongezond.” De producten die hij gebruikt, zijn tot in den treure getest en bevatten niets wat niet mag. Een hellend vlak? Roordink vindt van niet: “Het gaat puur om vitaminen en mineralen, niet om bijvoorbeeld hormonen. Daarvan krijg je er overigens heel wat meer binnen als je een willekeurige snackbar binnenloopt en een hamburger eet. Maar daar staat niemand bij stil.”

Zelf slikt hij ook dagelijks supplementen: “Jazeker. Vijf stuks bij het ontbijt. Multivitaminen, vitamine C, magnesium en antioxidanten. Ik ben veel met mijn voeding bezig. Natuurlijk eet ik ook wel eens een donut of een reep chocola, maar het gaat erom dat je maat weet te houden.”

Doodzonde

Naast het Davis Cup Team begeleidt Roordink een aantal jeugdige tennistalenten. “Ook bij jonge spelers raad ik voedingssupplementen aan”, zegt hij. Hij is een grote voorstander van de traditionele bruine boterham met kaas, maar bij jongeren die in de groei zijn en veel van hun lichaam eisen, zijn aanvullende vitaminen en mineralen van belang. “Bij toptalenten gaat het vaak om een extreme belasting die niet in verhouding staat tot het normale herstelvermogen. Normale voeding is dus niet genoeg.” Wel waarschuwt Roordink voor een te fanatieke aanpak bij jonge tennissers. “Het belangrijkste is dat ze het leuk blijven vinden. Ze moeten uit eigen motivatie blijven tennissen. Dat is de grootste uitdaging van begeleiders.”

Eigenlijk kan de Haagse sportfysiotherapeut iedereen, topsporter of niet, het gebruik van voedingssupplementen aanbevelen. “Zeker met ons huidige voedingspatroon zijn extra vitaminen en mineralen voor iedereen welkom”, stelt hij. “Zelfs voor veel topsporters geldt dat ze niet voldoende groente en fruit eten. En ik sta er soms verbaasd van wat sporters aan vette dingen naar binnen werken. Het is onvoorstelbaar hoe slordig die vaak met hun lichaam omgaan. Terwijl het lichaam voor toptennissers toch hun broodwinning is. Met name vrouwelijke tennissers sjouwen vaak een paar kilo teveel mee. Dat is toch doodzonde! Het is volstrekt onnodig.”

Hier ligt volgens Roordink een verantwoordelijkheid voor begeleiders: “Trainers en coaches onderschatten het belang van fitheid, en hebben nauwelijks kennis van voedingsleer. Dat is iets wat ze als eerste zouden moeten veranderen. Maar trainers zijn vaak veel teveel op hun eigen manier bezig. Ze staan niet open voor ervaringen van anderen.”

Een trainer zou adviezen moeten geven over voedingspatronen, maar hoeft ook weer niet dagelijks in de gaten te houden wat zijn pupil eet. Dat blijft de verantwoordelijkheid van de speler zelf. “Het gaat puur om discipline”, stelt Roordink. “Als een speler bij mij binnenkomt en zegt: ik wil beter gaan tennissen, dan is vaak het eerste wat ik zeg: er moet een paar kilo af, hier heb je een trainingsschema. Ik kan het letterlijk ruiken als iemand niet fit is. Dan ruikt zijn zweet zuur, ammoniak-achtig. Iemand die fit is, zweet alleen maar water.”

Heel blijven

Bij het Davis Cup Team is Roordink in zijn element. “Het is een bevoorrechte positie”, zegt hij. “Ik werk met toptennissers en met zeer gemotiveerde begeleiders. Het teamaspect is fantastisch. Bovendien kan ik op mijn vakgebied een topprestatie neerzetten en daardoor net het verschil maken. En ik ben niet gebonden aan ziekenfondsregels of andere beperkende factoren.”

Ondanks de intensieve begeleiding blijven blessures het Davis Cup Team achtervolgen. Roordink: “Martin Verkerk is onlangs geopereerd aan zijn schouder, John van Lottum kampt met een hernia en Sjeng Schalken is nog steeds herstellende van de ziekte van Pfeiffer. Ook Peter Wessels is niet topfit. We dachten dat hij een liesbreuk had, maar dat blijkt gelukkig niet zo te zijn.” Van de routiniers is alleen Raemon Sluiter fit voor de kwartfinale, in juli in Bratislava. Daarom zullen Dennis van Scheppingen en wellicht ook Melle van Gemerden worden ingezet, hoewel de laatste geen Daviscupervaring heeft. Roordink heeft nog een kleine hoop dat Schalken op tijd fit is.

“Topsport is per definitie ongezond”, meent hij. “Door steeds je grenzen te verleggen en het maximale van jezelf te vragen, beschadig je onherroepelijk je lichaam. Je kunt geen Daviscupwedstrijd winnen als je er maar voor 75 procent voor gaat. De lichamelijke gevolgen moet je dan maar voor lief nemen.”

Daar kan zelfs een fysiotherapeut niet altijd wat aan doen. Roordinks behandeling en adviezen zorgen hooguit dat de kwaliteit van een topsportcarrière verbetert. “Tegen jeugdige talenten zeg ik altijd: zorg dat je tot je twintigste heel blijft. Dan ben je in feite je concurrenten al vooruit. De meeste toppers raken namelijk voor hun twintigste geblesseerd. En het is ook vrijwel altijd blessureleed waardoor een speler zijn racket aan de wilgen moet hangen.”

“Ik kan niet beloven dat je het met voedingssupplementen langer volhoudt. Ik zorg er alleen dat ik beperkende factoren verminder. Iemand gaat er niet beter door tennissen, hooguit minder slecht.”


< Terug naar de voorproefjes
Copyright © 2010 - Alle rechten voorbehouden - Webdesign Laurens Mast Freelance Webdesign